Next article Return to overview
Desinfectie van zwembadwater met chloor

Desinfectie van zwembadwater met chloor

Bij desinfectie-methodes gebaseerd op chloor, wordt de chloorconcentratie meestal op waardes tussen 0,4 en 0,6 mg/l ingesteld. De gebruikte chemicaliën zijn calciumhypochloriet en natriumhypochloriet. Voor openbare zwembaden wordt soms ook chloorgas gebruikt.

De eigenaren van openbare zwembaden kunnen een keuze maken uit verschillende methodes van desinfectie. In de Duitse standaard DIN 19643 staan alle toegestane chemicaliën voor desinfectie vermeld. Dit zijn:

  • Chloorgas
  • Calciumhypochloriet volgens E DIN EN 900 als poeder of tabletten
  • Natriumhypochloriet volgens E DIN EN 901 als gebruiksklare 150 g/l oplossing
  • Natriumhypochloriet oplossing in-situ door zoutelektrolyse

Voor privé zwembaden zijn er ook alternatieve methodes:

  • Broom
  • Waterstofperioxide
  • Jodium
  • Zilver
  • Trichloorcyanuurzuur

Chloor gas wordt wereldwijd het meest gebruikt. In het bijzonder voor grote hoeveelheden water is chloorgas een economische oplossing. Echter door het potentiële gevaar is het gebruik van chloorgas in Nederland, Duitsland en vooral Zwitserland aanzienlijk afgenomen.

Calciumhypochloriet is als poeder of tabletten in water opgelost. In de meeste gevallen wordt een 1% desinfectie oplossing gemaakt. Door onoplosbare deeltjes, ca. 7% van de oplossing, wordt het product licht melkachtig en troebel.

Natriumhypochloriet wordt bijzonder vaak voor kleinere zwembaden gebruikt waar het gebruik van vaten en de respectievelijke kosten niet zo'n gewicht in de schaal leggen. Zoutelektrolyse is een interessante variant met desinfectie op natriumhypochloriet.

Bij zoutelektrolyse wordt in-situ chloor, waterstof en natronloog uit zoutwater en stroom geproduceerd. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen celelektrolyse en membraanelektrolyse. Celelektrolyse verenigt de reactieproducten tot een natriumhypochlorietoplossing (chloorbleekloog) met een grote hoeveelheid aan achtergebleven pekel (bij de reactie niet omgezet zout). Dit is nuttig in zoutwaterbaden, maar is een storende factor in normale zwembaden. Membraanelektrolyse werkt met gescheiden elektrodekamers, zodat er geen achtergebleven pekel in het zwembadwater komt. Het geproduceerde chloor kan of direct als hypochloriet zuur in het water gebracht worden, of het kan tijdelijk tezamen met het geproduceerde natronloog als natriumhypochloriet opgeslagen worden.

Automatische regeling

De desinfectie-methodes gebaseerd op chloor worden in de meeste gevallen op een chloorconcentratie van 0,4 tot 0,6 mg/l in het water ingesteld. De Duitse norm DIN 19643 schrijft in detail afhankelijk van het type zwembad en type waterbehandeling de volgende waardes voor:

  • Algemene zwembaden: 0,3 - 0,6 mg/l
  • Algemene zwembaden met ozon: 0,2 - 0,5 mg/l
  • Warme whirlpool (met of zonder ozon): 0,7 - 1,0 mg/l onder specifieke microbiologische condities tot een maximum van 1,2 mg/l

De chloorconcentratie moet door een amperometrische meetmethode nauwkeurig geregistreerd worden. Tijdens gebruik zijn er veel storingsfactoren, die de chloorconcentratie, de pH en de Redox waarden beïnvloeden. Om die reden kan de instelwaarde alleen door een automatische meting met geïntegreerde regeling permanent in acht genomen worden.

Om acceptabele, representatieve waardes te behalen, is het noodzakelijk dat het zwembadwater in relatief korte tijd zijn weg naar de sonde vindt. Anders komt de waarde van de meting niet overeen met de waarde van het zwembadwater. De Duitse norm DIN 19643 schrijft voor dat het meetwater 20 cm onder het niveau van het zwembadwater wordt weggenomen en wordt geleid naar de meetelektrode via de kortst mogelijke weg. Deze eis geldt voor de meting van de waarde voor pH, Redox en temperatuur.

Om een correcte meting te kunnen garanderen, moet de chloorsonde na de noodzakelijke opstarttijd gekalibreerd worden. Daarvoor wordt de gestandaardiseerde DPD methode gebruikt. Door middel van de DPD methode kan de handgemeten waarde bij de meetomvormer ingevoerd  worden. Bij de controlemetingen volgens DPD is het direct duidelijk of beide waardes overeenkomen. Als de DPD waarde verschilt van de continue meting, dan moet de chloorsonde gekalibreerd worden.

Door middel van een geïntegreerde P of PID regelkarakteristiek wordt van de afwijkende waarde tussen de instelwaarde en de werkelijke waarde een besturingssignaal berekend. Daarmee wordt het chloorgasventiel of de doseerpomp aangestuurd. Een gesloten regelkring wordt gecreëerd waarbij ook nog rekening met de besturingssignalen gehouden wordt. Voor de instelling van regelingsparameters staan onze specialisten u ter zijde.

Om het verlies aan badwater zo gering mogelijk te houden, is de recirculatie van het meetwater naar het zwembadwater aan te bevelen. Dankzij de gesloten chloorsondes van ProMinent reageert de meting niet zo gevoelig op de meetwaterveranderingen als bij systemen met een open chloorsonde.

Print this pageForward this page